Blog
Terug naar overzicht

Uit de selectie van inzendingen voor de Schrijfwedstrijd ism Creatief Schrijven, werd deze tekst van Aline Van Bever geselecteerd. 

Wie liever luistert naar het verhaal nodigen wij uit om dit filmpje te bekijken.

Moeder, waarom werken wij? 

Ik ben er een. Een complexe, postmoderne mens. Twijfelend en tegelijk verzekerd baan ik mij een weg op de arbeidsmarkt. Als reiziger, op zoek naar zin en spiritualteit. Ach moeder, waarom werken wij?

Luc De Vos stelde zich die vraag eigenlijk ook al, maar dan in een gezongen versie. Mensen als ik vind je overal op de arbeidsmarkt, in dit tranendal. Je vindt ze alleszins steeds meer. Als meutedieren bijna, in de gedaante van freelancer, millennial of als kleine beginnende ondernemer. Ja wij, multitaskers. Bezig met verschillende projecten of voor meerdere bedrijven of opdrachtgevers om dan de (hopelijk) nog resterende tijd optimaal te besteden aan hobby’s of een gezinsleven. Beetje bij beetje breken we binnen in het bastion van hiërarchische structuren, strakke kaders, strikte regels.

De mens die streeft naar zelfrealisatie doet zijn intrede. De ontdekker die zichzelf op de kaart wil zetten – zowel professioneel als persoonlijk – en die vanuit die drang zijn muur van privacy dreigt af te breken. Een breker dus die verwerpt wat beperkend werkt en alles liked dat naar vrolijk verpakte vrijheid neigt. Iemand die vanuit die vrijheid en openheid voor het andere verbredende verbinding zoekt en steen voor steen weer bruggen bouwt. Tenminste, die dat probeert te doen. Want, een stuwdam bouwen in een samenloop van stromingen is niet evident. Wie zou er niet wat verloren gaan tussen peddelen, bestoken door de veelheid vluchtige prikkels?

Ja, ontmoet zo ook de jobhobber. Zelden tevreden met één ding. Onvoldaan hunkerend naar meer. Overtuigd om alles te proberen. De ene dag dwalend op het pad der zekerheid, de andere klaar voor een nieuw avontuur, een fris project, een ander team. De eeuwige student die zich continu omvormt, bijschoolt en heruitvindt. De globetrotter die vreemde talen en uiteenlopende vaardigheden leert om ‘duurzaam inzetbaar’ te zijn – of hoe heet dat weer? De alweter die met zijn ruime interesse en klare mening verstarde fundamenten in beweging brengt en tegelijk verward is door zijn eigen nuance.

De trekker die zich laat ver-leiden door autonomie en verantwoordelijkheid en vanuit dat verlangen tracht op te klimmen. Hij die vooruit trekt, verwachtingsvol uitkijkend naar de top van de piramide waarop Maslow de behoeften van de mens klasseerde: van basis tot het ideaal van zelfontplooiing. Ja, hij die – ondanks zijn vast voetenwerk – blijft steken in de afdruk van wie hoger klom. De avonturier die verder kijkt dan het traditionele pad… maar, die tegelijkertijd vasthoudt aan zijn vertrouwde traject. Versteend door de angst om alleen te staan.

Zo ook ik. Zie mij marcheren als een verraste ontdekkingsreiziger door de wereld van het werk. Oprijzend, aangewakkerd door passie en focus. Open voor al wie ik tref op mijn zelfontgonnen pad. Klaar om erin te vliegen. Luid ‘ja’ roepend op het leven. Met mijn ogen en mijn oren wijd open gesperd. Verwonderd door de veelheid aan kleuren, geïntrigeerd door het ritmische gemix van originele tonen. Enthousiast, pittig, gedreven. Zie mij doen waar ik echt belang aan hecht, voluit in geloof en achter sta. Zie mij, zin zoekend in werk. 

Werk wordt een avontuurlijk spel dat energie vergt en energie opbrengt. Maar, voor je de teerling op die wijze werpen kan, moet je springen. Bereid zijn te vallen om dan met geduld en wilskracht weer op te staan. Vastberaden. Vertrouwend in jezelf en de anderen. Met de armen naar buiten gericht. Bereid om te delen – ondanks angsten en onzekerheden.

Want, springen doe je zomaar niet. Ik toch niet. Niet uit een vergulde kooi, een kooi die een gouden gloed afstraalt. Als een boemerang slinger ik op en af Maslow’s piramide, heen en weer tussen zin en onzin. Als een marionet, aangestuurd door het ideaal van zelfontplooiing, maar in toom gehouden door de drang naar zekerheid en veiligheid die op de achtergrond zachtjes zinderend aanwezig blijft.

Als een zinverdringer zit hij me achterna, die drang. Samen met zijn trouwe reisgezel, de gewoonte. Op donkere dagen klinken ze luider en lukt het hen om mij het dal in te jagen langs platgetreden paden. Dan blokkeer ik en hunker ik nostalgisch naar die gloeiende kooi van Faraday die ik moedig achterliet. Dan vertroebelt mijn angst en mijn controlemodus mijn blik op de weg en op hoe die weg werkelijk is.

Laat ik los en durf ik vertrouwen, dan verdwijnt de bui, verschijnt creativiteit. Dan voel ik me vrij. Mij. Ik besta. Er is een reden. De reden die ik er zelf aan geef. In, door, dankzij mijn werk. Zo is mijn werk een onlosmakelijk deel van mijn leven. Alles komt goed. Wat ik ook doe. En dat precies is de zin ervan. Die zin die maakt dat ik doe wat ik doe. De zin die mijn verhaal schrijft, mijn leven maakt. De zin is er. Hij zit erin, de zin. Zoals ik zelf in de zin zit.

                                                                                                                                             Aline Van Bever