Anders werken
Terug naar overzicht

“Vrijdagavond zit ik met Ingvar Kamprad, de stichter en opperpatroon van IKEA, in het IKEA-restaurant een wijntje te drinken….” Hiermee begint het winnend verhaal van onze verhalenwedstrijd. Via deze link luister en lees je mee hoe Jitse Verschueren op zoek gaat naar meer zin in zijn werk.

De jury van Werk met Zin in samenwerking met Creatief Schrijven selecteerde dit verhaal als beste uit de vele inzendingen.  Liever geen gesproken tekst? Hieronder lees je het hele verhaal nog eens op eigen tempo na. 

Mijn mechanisch hart

Vrijdagavond zit ik met Ingvar Kamprad, de stichter en opperpatroon van IKEA, in het IKEA-restaurant een wijntje te drinken. We hebben het over de nieuwe IKEA-catalogus en de afgelopen keukenactie, over Köttbular en over Kattbalür, over koëtjes en kâlvjes. Zo rond de derde fles wijn neemt ons gesprek, zoals dat gaat, een meer intieme wending.

“Ingvar,” zeg ik, “ik werk nu al een dik jaar in het magazijn van IKEA, en het gaat niet meer. Niet omdat het werk fysiek te zwaar zou zijn. Neen, fysiek kan ik het werk perfect aan, maar mentaal Ingvar! Psycho-emotioneel is het mij allemaal te veel aan het worden. Elke dag opnieuw moet ik teleurstelling na teleurstelling verwerken over mijn collega’s. Gisteren bijvoorbeeld, dan kom ik het magazijn binnen met spiksplinternieuwe werkschoenen. Niemand die dat opmerkt! Jammer denk ik dan, maar al bij al nog vergefelijk. Vervolgens ga ik aan de slag, ik werk als een boerenpaard op steroïden. Maar Ingvar denkt ge dat er ooit iemand mij heeft gezegd: Goed bezig, Jitse! Aan u zouden we allemaal een voorbeeld moeten nemen? Neen! Hoogstens zeggen ze me dat ik naar zweet ruik. Tot slot Ingvar, tot slot, vraagt niemand mij ooit een keer naar mijn liefdesleven.” Terwijl ik dat alles zeg, begin ik net niet te huilen.

Ingvar Kamprad blijft er Scandinavisch koel onder, en neemt nog een slok van zijn bekertje wijn. “Jitse,” begint hij uiteindelijk op vaderlijke toon tegen mij, “Jitse, wat ge kunt doen is bij u een mechanisch hart laten installeren.”

Ik zeg Ingvar Kamprad dat ik niet meteen begrijp hoe een mechanisch hart mij kan helpen. Ingvar Kamprad lijkt het nochtans evident te vinden. “Jitse,” zegt hij, “de Framtid Magnetron, denkt gij dat die ooit teleurgesteld is in u omdat ge hem niet wekelijks uitkuist?”

“Neen,” antwoord ik, “dat lijkt mij niet het geval te zijn.”

“Of neem de Frostig Koelkast,” gaat de oude Zweed verder, “denkt gij dat die er ook maar iets mee inzit dat gij haar niet meer dan driemaal dagelijks opent?”

“Neen,” antwoord ik opnieuw, “zelfs als ik mijn Frostig Koelkast een hele maand, wat zeg ik, een heel jaar, niet open denk ik niet dat die daar mee inzit.”

“En Jitse,” vraagt Ingvar Kamprad mij tot slot, “hoe denkt gij dat dat komt?”

Hierover moet ik even nadenken. Uiteindelijk antwoord ik de opperpatroon van IKEA dat het misschien komt omdat die dingen het nirwana hebben bereikt, en zich geestelijk hebben losgemaakt van de wereld. Maar dat blijkt niet het correcte antwoord.

“Jitse,” legt Ingvar Kamprad mij uit, “het is omdat al die dingen worden aangedreven door een mechanisch hart. Wilt ge dat de mensen, in casu uw collega’s, u niet meer teleurstellen, laat dan een mechanisch hart bij u installeren.”

In mijn hoofd overpeins ik wat zo’n ingreep allemaal voor gevolgen zou hebben. Ik zie mezelf een karretje vooruitduwen in het magazijn. Mijn bewegingen zijn nogal houterig, want het lijkt me logisch dat mensen met een mechanisch hart zich niet bepaald soepel voortbewegen. Niettemin beweeg ik wel efficiënt, superefficiënt eigenlijk. Een mechanisch hart zou mijn pickings per minuut ongetwijfeld ten goede komen. Ik zie hoe mijn afdelingshoofd mij daarover komt complimenteren. “Jitse,” zegt ze, “goed bezig! Nam iedereen maar een voorbeeld aan u!” Maar haar woorden lijken mij niet te bereiken. Ik ga gewoon door met werken. Vervolgens komen enkele collega’s op mij toegestapt. Ze kijken bezorgd. Een van hen grijpt mij bij mijn schouder. “Jitse,” zegt hij, “kalmeer man, straks krijgt ge het nog aan uw hart.” Ook die woorden glijden van mij af als regendruppels van een standbeeld. Ik schud mij van mijn collega los, en zet mijn werk verder, tot mijn hart, mijn mechanisch hart, het ergens op een verloren dag begeeft.

Jitse Verschueren, 2017