“In België telt alleen een diploma. Ervaring of niet”

Dertien jaar lang werkte Lidia Schinkel (55+) met veel passie in een Nederlandse kinderopvang. Toch keerde ze samen met haar Belgische man terug naar haar thuisland Argentinië. Daar een leven opbouwen bleek evenwel onmogelijk. België moest een nieuwe start betekenen. Het werd een eindeloze strijd voor een gelijkschakeling van diploma’s. “Ik spreek de taal en heb ervaring zat, maar mijn diploma telt blijkbaar niet. Dan houdt het op. Ik ben moegestreden, ondanks de steun.”

Al sinds 1986 werkte Lidia met kleuters en kinderen. In Argentinië studeerde ze af als kleuterjuf en mocht ze vreemde talen leren aan kleine kinderen. “Argentinië, en vooral Buenos Aires, was in die tijd een erg multiculturele samenleving met veel Europeanen en Aziaten. Ik werkte er voor lagere scholen als tweetalige kleuterjuf. Tot ik in 1992 besloot om naar Nederland te gaan. Ik was toen 33 jaar. Wat me tot daar bracht? De liefde en een zeventienjarig durende pennenvriendschap. Het was de eerste keer dat we elkaar zagen. Meteen wilde ik de taal leren en tegelijkertijd liet ik er mijn diploma’s valideren. Omdat ik de taal nog niet zo machtig was, deed ik allerlei soorten werk, zoals poetsen en oudere mensen verzorgen.”

Liefde voor taal

 Lidia maakte van Nederlands leren haar prioriteit. Daarnaast wilde ze haar lerarenopleiding afmaken. “Mijn diploma’s waren in Nederland gevalideerd als 2,5 jaar HBO. Ik moest er nog 2,5 jaar bijdoen voor een volwaardige lerarenopleiding. Ik deed een extra cursus ‘tolken en vertalen’, want talen liggen mij. Na een tijdje vertaalde ik van het Duits naar Nederlands en van Nederlands naar Spaans. Dat waren mijn sterke talen. Toen kwam er bij de provincie Zeeland een plek vrij bij de kinderopvang. Ik solliciteerde en kreeg de job.”

getuigenis_loopbaanbegeleiding_werkmetzin_Lidia_KoenBroos

Hoewel Lidia overgekwalificeerd was voor de job, deed ze het dertien jaar met veel plezier. “Ik moet daar zowat alles gedaan hebben; buitenschoolse opvang, kinderopvang, horizontale groepen, baby’s, kinderen, verschillende groepen door elkaar en dat in combinatie met administratieve taken. Ik hielp bij een reorganisatie en voerde moeilijke gesprekken met de overheid. Eigenlijk was ik voor hun organisatie wat je hier een preventie-adviseur noemt. Toch besloten mijn man en ik acht jaar geleden om terug te gaan naar Argentinië. We dachten daar wat te kunnen opbouwen. Na twee jaar zagen we in dat het absoluut onmogelijk was. De economie was er te slecht en mijn man werd er gediscrimineerd omdat hij een buitenlander was. En ik was te oud.”

België als nieuwe bestemming

 Lidia Lidia besloot samen met haar man om naar België te gaan. Hij is Belg, hoewel hij er nooit eerder woonde. “De moeder van mijn man is Spaanse en zijn vader Belg. In België zouden we tenminste niet van de honger omkomen. In Argentinië zou dat wel gebeurd zijn. Beiden mochten we een inburgeringscursus volgen bij Atlas in Antwerpen. Wij besloten deze cursus op vrijwillige basis te volgen. We hoopten om zodoende makkelijker aan werk te geraken. Het was voor mij de tweede keer en ik dacht: ‘Wat een flauwe kul’. Veel mensen krijgen hier na twintig jaar illegaal te zijn een verblijfsvergunning. Ze spreken de taal niet en wat hen verteld wordt, begrijpen ze niet. Ik had daarbij kunnen helpen, maar het ontbrak mij aan de juiste diploma’s. We dienden onze diploma’s in bij NARIC, de overheidsorganisatie die diploma’s gelijkstelt. Mijn man kreeg vrij snel bericht dat zijn secundair onderwijs gelijkgesteld was, maar zijn overige diploma´s werden niet gevalideerd. Hij kwam dus niet aan de bak omdat hij als 50+’er te oud was. Zelf kreeg ik geen verlossend antwoord. Zelfs niet na heel lang wachten.”

Uit wanhoop zocht Lidia naar ander soort werk. Via een dienstenchequebedrijf vond ze poetswerk. “Een van ons twee moest toch werk vinden?! Ik kreeg een voltijdse baan aangeboden bij een groot samengesteld gezin in Sint-Amands. Het was 28 km van mij thuis, twee uur heen en twee uur terug met de bus. We verhuisden daarom naar daar. Mijn man kreeg er uiteindelijk ook een job op het bureel van mijn baas. Hij is nogal een handige klusser, ook met computers. Zo werd hij uiteindelijk onder een IBO-contract zijn rechterhand. Ik bleef kuisen tot mijn lichaam het begaf. We keerden daarop terug naar Antwerpen.”

Vrijwillige yogalerares

 In 2012 werd de man van Lidia ernstig ziek. Ze haalde tijdens deze moeilijke periode kracht uit yoga. “In Amsterdam volgde ik vier jaar de opleiding ‘Oosterse filosofie’ en schreef ik er een scriptie over, in het Nederlands trouwens. Tegelijkertijd studeerde ik af als yogadocente. In Antwerpen gaf ik regelmatig lessen als vrijwilliger.

Ook tijdens deze zware periode bleef Lidia de gelijkstelling van haar diploma’s najagen. Opnieuw klopte ze aan bij NARIC en diende alle nodige documenten in, vertaald door een beëdigd vertaler.

Loopbaancoaching nieuwe stap

Vorig jaar kreeg Lidia bericht van NARIC dat haar dossier niet weerhouden was. Ze besloot daarop om nieuwe stappen te zetten. “Ik had mij al ingeschreven bij VDAB, maar ik was blijkbaar overgekwalificeerd en te zelfstandig. Toch liet ik overal mijn cv achter. Het wilde niet baten. Ondertussen had ik ook contact met Werk met Zin. Chris Cuyt werd mijn loopbaancoach aangezien ze ook met hoger opgeleiden werkte. Zij bracht mij in contact met het volwassenenonderwijs Vol-Ant. Daar onderzochten we samen de brief van NARIC en stelden we een nieuw dossier op. NARIC had niet echt naar mijn diploma’s en mijn vertalingen gekeken. Volgens hen was het privé-onderwijs waar ik studeerde niet erkend door de minister van Onderwijs in Argentinië. Maar dat was dus wel zo. Deze keer duidde ik alle stempels nadrukkelijk aan.”

Na veel trekken en sleuren kreeg Lidia een nieuw antwoord van NARIC. “Mijn secundair onderwijs erkenden ze, zonder enige specificatie. Opnieuw begon ik als een gek te solliciteren, maar zonder resultaat. De optie kinderverzorging stond niet expliciet op de erkenning van mijn diploma vermeld. Vol-Ant adviseerde mij om alsnog mijn diploma kleuteronderwijs te laten goedkeuren, aangezien het een knelpuntberoep is. Ik moest dan een driejarige bachelor kleuterjuf halen. Dat was prima voor mij en dus ging ik met volle moed van start met het contacteren van de verschillende hogescholen. Karel de Grote Hogeschool wees mij af door mijn leeftijd nadat ze mijn verhaal hoorden. Thomas Moore kon mij alleen een dagopleiding aanbieden en Artesis Plantin bood mij een interessant Flex-Traject aan. Maar de toelatingseisen waren te duur en bovendien moest mijn diploma hoger onderwijs goedgekeurd zijn door het NARIC. Dan zou ik weer een taalexamen moeten doen. VDAB en Vol-Ant suggereerden daarop om een EVK (Eerder Verworven Kennisproef) en EVC (Eerder Verworven Competentieproef) aan te vragen. Als dat de manier was, wilde ik dat doen.”

Werkstage via VDAB

Via Werk met Zin komt Lidia in contact met de Antwerpse Steinerschool De Kleine Wereldburger. Zij hadden een tekort aan handen, waardoor Lidia haar kans zag. “Er was een werkstage mogelijk via VDAB. Vanaf mijn eerste stagedag mocht ik voor de groep staan en daarna viel ik in als er een collega ziek was. Het was een cadeau vanaf de eerste dag. Ik mocht er observeren en mee voor de klas staan. Zo kreeg ik meer feeling met een visie waar ik niet eerder mee vertrouwd was. Ik kon het gewoonweg niet aanzien dat de kinderen zonder kleuterjuf zaten. Toen mijn werkstage afliep, vertelde VDAB mij dat ik misschien in de kinderopvang zou kunnen rollen. Dat wilde ik het liefste doen, want dat had ik het laatste gedaan. En kleuterjuf zijn begon zwaar te vallen op mijn leeftijd.”

Kind & Gezin adviseerde Lidia om Daoust te contacteren. Deze organisatie maakt invallerslijsten op voor kinderopvang. “Maar zij konden niets voor mij betekenen omdat er op mijn diploma secundair onderwijs dus geen specificatie voor kinderverzorging vermeld staat. Maar ik moest toch iets doen! Ik speelde met het idee om terug iets met vertaal- of tolkwerk te doen. Ik leerde voor sociaal tolk, maar dat was niet de moeite. Je verdient te weinig geld en je moet alles in bijberoep doen. Volgens VDAB was ik dan weer te oud om in aanmerking te komen voor een administratieve functie. Toen stelde Chris van Werk met Zin mij voor om terug mijn oude beroep op te pikken. Ik twijfelde even, maar kinderopvang was nu eenmaal een knelpuntberoep. Alleen volgde een nieuwe teleurstelling. De stad Antwerpen werkt uitsluitend met erkende diploma’s. Dus alle kinderopvangcentra waar ik solliciteerde, wilden enkel mensen met erkende diploma’s aannemen. En dan nog iets heel vreemd; op de VDAB-jobsite staan vacatures van kinderopvangcentra die mensen zonder diploma vragen, maar daarvoor ben ik dan weer overgekwalificeerd.”

Steinerschool biedt kleine soelaas

Omdat de werkstage bij De Kleine Wereldburger zo goed was verlopen, bood de directeur Lidia alsnog een job aan. “Eerst 11 uur tot aan de paasvakantie en daarna voltijds.

Lidia werkt nu voorlopig voltijds bij De Kleine Wereldburger, maar niet als kleuterjuf. “Ik ben er aangenomen als ‘ondersteuning’, in afwachting van een beëdigd diploma. Tien dagen geleden had ik een gesprek met de directeur. Hij vroeg mij of ik al nieuws had van NARIC. Dat is niet zo. Tja, dan moet het nu wel ophouden. Ik ben aan mijn laatste weken bezig en dan is het klaar. Ik kom nergens aan de bak als kleuterjuf zonder erkend diploma. Er zit niets anders op dan rekken te gaan vullen in een supermarkt.”

Organisaties waren welgekomen klankbord

De situatie van Lidia was een lijdensweg. Een met vele frustraties. “Ik spreek verschillende talen en heb een pak ervaring, maar geen vereist papiertje. Daar heb ik nochtans voor gevochten. Ik schreef zelf mijn brieven, ging zelf overal aan de deur kloppen. Als ik het Nederlands niet beheerste, zou ik dat niet doen. Ik heb wel veel gehad aan organisaties als Werk met Zin. Bij hen kon ik uithuilen en praten. Ze stonden altijd klaar, reikte mogelijke ideeën aan en gaven me hulp bij het solliciteren. Ik heb er fijne mensen ontmoet, zoals Chris. Ook met de8 en Vol-Ant heb ik nog contact. Ze vragen mij nog steeds naar de stand van zaken en of ze mij kunnen helpen. De papierwinkel was dan ook slopend. Ik heb enorm veel medelijden met al die andere buitenlanders die niet aan de slag kunnen.”

Lidia vindt de Belgische manier van werken onbegrijpelijk. “Hoe hier met bureaucratie wordt omgegaan, het zou Argentinië kunnen zijn. In Nederland is er toch veel meer veranderd. Hier doet zelfs een ombudsman niets. De Belgische staat neemt mensen aan enkel op basis van hun diploma, ongeacht of ze de taal spreken. En dan nog, stel dat ik terug zou gaan studeren, dan moet ik een Belgisch taalexamen doen. Dat is te gek voor woorden. Ik heb een Nederlands diploma. Het is mijn tweede taal! En ik vind dat je hier word gediscrimineerd op je leeftijd, zeker als EU-burger. Maar net dat internationaal talent kan een voordeel zijn. Naar de ervaring van het talent moet je toch kijken. Ook mijn collega’s stellen er vragen bij. Ik heb mij al ontzettend bewezen. Als vliegende juf viel ik overal in en heb met alle groepen van kinderen gewerkt. Het is jammer dat er naar die ervaring niet gekeken wordt.”

Lidia kreeg na het aflopen van haar contract bij De Kleine Wereldburger alsnog het voorstel om naschoolse opvang te doen. Ze zegde toe, ook al bleef ze overgekwalificeerd voor deze functie. Uiteindelijk koos ze voor een functie als kinderjuf in een doktersgezin.