Mogen leren van andere anderstaligen, dat maakte mij rijk.

Dessislava Jivkova (33) weet van aanpakken. De Bulgaarse licentiaat kunstgeschiedenis liet samen met haar Franse man Aix-en-Provence achter zich voor een nieuw werkavontuur in België. Vol overgave stortte ze zich een jaar lang op de Nederlandse taal, liet ze zich coachen naar een job in de culturele sector, en liep ze met succes stage in een Gentse kunstgalerie. “Sommige dagen had ik het moeilijk, maar ik stond er niet alleen voor.

Meer dan twaalf jaar geleden streek Dessi neer in Zuid-Frankrijk tijdens een schoolreis. Ze vond het er zo mooi, dat ze besloot om in Aix-en-Provence kunstgeschiedenis te gaan studeren. Daar ontmoette ze ook haar man. “Ik sprak al Frans, want het is de tweede taal in Bulgarije. En in Plovdiv studeerde ik Russisch-Frans. In 2008 behaalde ik uiteindelijk mijn master kunstgeschiedenis, net tijdens de economische crisis.

Culturele sector

Werk vinden in de culturele sector verliep dus niet zo vlot. Het is sowieso al een overbevraagde sector. Daardoor deed ik eerst verschillende andere jobs, waaronder eentje bij McDonalds. Het was telkens een goede ervaring, maar ik werd nooit goed betaald. Ik zocht naar een oplossing en vond zo de ondernemer in mij. Ik probeerde Bulgarije warm te maken voor de Zuid-Franse regio. Alleen was dat best moeilijk, want Frankrijk is niet alleen duur voor de Bulgaren, de zuidregio is ook niet zo gekend als Parijs of andere grote steden. De mensen waren dus niet zo geïnteresseerd. Net op dat moment stelde de werkgever van mijn man hem een uitwisseling naar België voor. We waren meteen heel enthousiast, want het was voor ons een kans om een nieuwe taal en maatschappij te leren kennen, en toch dicht bij huis.” 

Dessislava (c) Koen Broos

Nederlands leren prioriteit

Nadat Dessi en haar man aankwamen in Antwerpen, volgden ze meteen een taalcursus Nederlands. “Via het werk van mijn man waren we ingeschreven voor een Nederlandse cursus bij Berlitz. Daarna heb ik mij zelf ingeschreven bij Atlas en VDAB. Ik wilde mij het eerste jaar volledig focussen op de taal. Anders zou ik nooit een job vinden. Tijdens de lessen leerden we beter schrijven, een interview afnemen, een telefoongesprek voeren, meer vertellen over ons, enzovoort.

Ik hou van diversiteit

Hoe het contact was met de andere cursisten? Ik vond het heel aangenaam. Ik ontmoette mensen van veel verschillende landen, met zo veel verschillende achtergronden, verhalen en emoties. Die diversiteit, daar houd ik van. We gingen ook op een heel menselijke manier met elkaar om. Ik maakte er zelfs vrienden. Maar ook daarbuiten wilde ik mensen leren kennen om Nederlands mee te spreken. Zo hoopte ik op een of andere manier in het professionele milieu te komen. Tijdens een van de lessen hoorde ik over de loopbaanbegeleiding van Werk met Zin en de8. Coaching leek belangrijk voor mij. Op een gegeven moment voelde ik mij toch wat verloren tussen de verschillende talen en maatschappijen.”

“Assertiviteit zit niet in mijn natuur

 Na haar laatste Nederlandse les begon Dessi aan de loopbaanbegeleiding bij Werk met Zin. Ze kreeg intensieve coaching, waarvan de eerste twee sessies in groep. “Daarna kreeg ik Christine als mijn begeleidster. Samen deden we veel oefeningen om mijn goede en minder goede punten in kaart te brengen. Dat was niet makkelijk en af en toe confronterend. Waarom? Sommige dagen was ik heel gesloten. Ik kende dat kantje van mij, ik ben soms wat moeilijk. Zeker als ik moet spreken over wat er in mij omgaat. Dat doe ik niet graag. En ik merkte dat ik vaak dezelfde fouten maak. Uit de gesprekken kwam bijvoorbeeld dat ik assertiever mocht zijn. Maar ik deed al zo veel! Ik heb de nodige kwalificaties, volgde extra opleidingen, deed later ook een stage en dan moest ik ook nog eens assertiever zijn… Maar het is de realiteit. Als ik geen werk vind, moet ik het op een andere manier doen. Alleen zit het niet zo in mijn natuur.”

Dessi Christine Werk met ZIn

Dessi en coach Christine (c) Koen Broos

Blijven ontwikkelen

Toch gaat Dessi de confrontatie met haarzelf niet uit de weg. Ze wil zichzelf blijven ontwikkelen. “Soms mag ik iets zelfzekerder zijn. De belangrijkste les die ik leerde was dat ik alles in mij heb om hier een job te vinden. Ik heb het juiste profiel om aan de slag te kunnen in de culturele sector. Ik vind mezelf wel niet zo stressbestendig. Daar wil ik nog aan werken.”

Stage in kunstgalerij

Ondertussen heeft Dessi haar eerste werkervaring in de Belgische culturele sector achter de rug. Gedurende drie maanden liep ze stage in de Gentse kunstgalerie van Tatjana Pieters. “Ik was de eerste van mijn groep in de Nederlandse les die een stage kreeg. De8, VDAB en Werk met Zin vertelden mij meer over de galerie. Ik stuurde meteen mijn cv op. Gelukkig was mijn beperkte kennis van Engels en mijn niveau van Nederlands geen groot probleem voor Tatjana. Ik vond haar een heel interessante vrouw. Ze had bovendien een Russische achtergrond, wat het ook voor mij speciaal maakte. Ik werkte er als assistente en leerde veel over de verschillende kunstenaars van Tatjana.

Communicatie

Of alles vlot verliep? De communicatie verliep niet altijd even goed. Elk bedrijf heeft mensen met een verschillende manier van communiceren en dat was hier niet anders. De communicatie van een collega was niet bepaald de mijne. Maar dat heb ik haar ook gezegd, omdat ik dat belangrijk vind. Voor mij zijn respect en communicatie twee belangrijke zaken. Je mag niet vergeten dat mensen zoals ik, zonder werk en die de taal niet perfect spreken, altijd proberen om alles perfect te doen. Maar we maken natuurlijk ook veel fouten, want we begrijpen niet altijd alles. Dat is frustrerend. Tatjana speelde een belangrijke rol om de communicatie onderling af te stemmen op elkaar.”

Meer vertrouwen

De stage gaf Dessi meer vertrouwen in het vinden van een job in de culturele sector. “Mensen zoals ik, die een lange tijd zonder werk zitten, houden een ideale job voor ogen, maar beseffen dat het geen zekerheid is dat ze die ook effectief zullen vinden. Kennis en taal zijn hier belangrijke troeven. Daarom was die stage zo belangrijk voor mij. Achteraf besefte ik dat ik de nodige kennis had, dat ik dezelfde dingen kon als anderen.”

Tatjana Pieters, Galerie Pieters in Gent (c) Koen Broos

Vrijwilligerswerk als oefenbad

Na haar stage begon Dessi aan Engelse lessen en stapte ze in een vrijwilligersproject. “Ik behaalde het verplichte niveau Nederlands om hier te kunnen werken. Nu probeer ik thuis nog verder te oefenen en te lezen. Sinds maart doe ik mee aan het project ‘Twee (t)huizen, één gids’. Het is super. We zijn een team van buitenlanders en spreken tijdens een toer door Antwerpen over de stad zoals Antwerpenaren. We vertellen over onszelf, onze ervaringen, enzovoort. We gingen ook al naar Oostende met andere gidsen. Het is een goede oefening om mijn Nederlands te verbeteren. Daarnaast volgde ik ook een opleiding hoe je moet spreken voor publiek. Het zijn allemaal dingen die ik wil doen. Ik heb echt veel zin om werk te vinden. Ik doe er werkelijk alles voor.”

Positieve blik op de Belgische werkomstandigheden

De stage-ervaring en de vrijwillige gidsuitstappen doen Dessi nog meer snakken naar werk. Ze kijkt met een positieve blik naar de Belgische werkomstandigheden. “Het verschil met Bulgarije is enorm. Bulgaren zijn geen goed voorbeeld. Het komt natuurlijk door de communistische tijd. In Bulgarije zijn bazen ook echt bazen. De autoriteit is heel groot en er is geen vrijheid. Mensen moeten er een beetje werken als een robot. Je moet altijd de beste zijn in wat je doet. De baas roept en toont geen respect. In Frankrijk was dat al heel anders. Daar kwam ik steeds terecht in een fijn team. Hier heb ik buiten die ene slechte ervaring met een collega ook nooit problemen gehad. En de culturele sector is overal wat hetzelfde. Er lopen veel bijzondere karakters rond in de musea en galerieën. Het gaat er vaak heel excentriek aan toe. Maar velen spelen een rol. Het is jammer genoeg niet altijd authentiek.”

Kansen voor werkgevers

Dessi ziet veel kansen voor een werkgever om buitenlands talent aan te werven. “Zij kunnen iets extra aan een bedrijf geven. Elke nationaliteit heeft zijn eigen sterktes en net die verschillen zijn interessant. Het opent vaak nieuwe perspectieven. Wat ik heel belangrijk vind, en dat klinkt misschien raar, maar in kleine of arme landen kunnen de mensen vaak veel verschillende dingen. Ze zijn heel polyvalent. Wat een barrière is? De taal kan natuurlijk een probleem zijn. Ik heb ook de indruk dat in Europa de selectie van nieuwe medewerkers vaak heel snel moet gaan bij grote bedrijven. Daardoor winnen ze niet altijd genoeg de juiste informatie in.”

Organisaties maken het verschil

De integratie in een nieuw land vraagt heel wat aanpassing, maar Dessi blijft er positief bij. “Je hebt natuurlijk veel papierwerk te regelen, al vind je dat na een tijdje normaal. Het was wel vreemd dat mijn papieren als Europees-Bulgaarse pas na anderhalf jaar in orde waren en die van mijn man als Fransman al na zes maanden. Maar goed, geen probleem. Ik kan dat plaatsen. De inschrijvingen bij VDAB en Atlas verliepen heel vlot. Iedereen was altijd heel vriendelijk. Deze organisaties, net als Werk met Zin en de8, zijn zo belangrijk voor ons. Door hen kan ik nu tevreden terugkijken op wat ik geleerd heb. Het waren dingen die ik moest doen om mij vrij te voelen, om een job te vinden. Sommige dagen waren niet makkelijk en het is nog steeds zoeken, maar ik sta er door hen niet alleen voor.”

  • Dessi blijft verder zoeken naar respectabel werk en focust zich intussen op haar vrijwilligerswerk als gids

 

Hoe zou het nog zijn met Dessi anno 2017?

Omdat loopbanen blijven evolueren en een verhaal nooit af is, zijn we nieuwsgierig naar waar diezelfde mensen intussen staan. 

Onlangs kregen we een uitnodiging voor een tentoonstelling in het Middelheimmuseum en die was ondertekend door Dessi. Dat maakte ons nieuwsgierig en we besloten Dessi te contacteren om te horen hoe haar verhaal verder was verlopen. 

Je werkt intussen in het beeldenpark het Middelheim. Vertel eens hoe ben je hier terechtgekomen? 

Ik mocht hier starten met een IBO (individuele beroepsopleiding) bij het project van hoogopgeleide anderstaligen (HOA) van de Stad Antwerpen. Ik krijg extra coaching rond taal en jobcoaching via de VDAB. 

Dit IBO contract is tussen de vier en zes maanden. Dat is intussen net afgelopen maar ik mag nog tot januari in deze functie blijven werken. Ik kreeg een contract voor een jaar. Nadien mag ik meedoen aan een examen bij de stad voor het B-niveau.

Wat is je functie juist? 

Ik werk nu als “deskundige communicatie cultuur”.  Dit is de job van mijn dromen. Ik heb contacten met de kunstenaars, zit dicht bij de kunstwerken. Het klopt goed zo. Mijn collega’s zijn ook erg vriendelijk en hulpvaardig. Ook de omgeving is fijn, ik werk in het kasteel van het park, op de 1e verdieping. 

Als ik me goed herinner was je zwanger toen we elkaar de laatste keer spraken. Dan ben je intussen moeder?

Ja ik heb een klein kindje, dat is ook handig, ik kan met de fiets naar het werk en nog op tijd in de crèche zijn. 

Hoe zie je de toekomst?

Dankzij deze job maak ik meer en meer kans om een andere job te vinden met deze ervaring op mijn cv. Tegelijkertijd heb ik ook alle toegang tot de vacatures van de stad in de culturele sector. Dankzij de IBO kan ik ook opleidingen volgen intern in de stad.  Dit is mijn eerste betaalde job sinds ik in België ben.  Ideaal zou natuurlijk zijn als er een vervolg hier in het museum komt, maar er zijn nog veel meer opties binnen de stad. 

 

In het boek “Internationaal talent werkt”  lees je naast het verhaal van Dessi, ook de getuigenis van haar coach Christine en haar werkgever tijdens haar stage: Tatjana Pieters. Dessi was één van de 30 deelnemers tijdens een pilootproject waarbij we hoogopgeleide anderstaligen begeleiden in hun zoektocht op de Vlaamse arbeidsmarkt.